De terreur van gele hesjes

De dame in het gele hesje kijkt mij wazig aan. Ze lijkt ongeduldig. Ik heb niet het juiste bandje om mijn pols. Zo mag ik met mijn auto niet het festivalterrein op.

 

Ik weet dat ik niet de juiste kleur draag zeg ik en vertel dat ik artiest ben en dat de organisatie mij dit bandje heeft opgestuurd. Ik laat haar de begeleidende brief zien, het programmaboekje met mijn hoofd erin en mijn paspoort. Ik ben voorbereid.

 

Maar deze vrouw draagt een uniform. Dus:

 

“U heeft niet het juiste bandje om. Ik mag u niet doorlaten.”

 

Er zijn burgers met gele hesjes en burgers zonder. Ik herhaal het ritueel nog een keer: de brief, het boekje, het paspoort. Ik ben gedoseerd assertief. Maar:

 

“Dan had u een ander bandje om moeten hebben. U moet zelf maar met de organisatie bellen. Daar ga ik geen verantwoordelijkheid voor nemen.”

 

Ze kijkt weg, maakt een grapje met haar collega-hesje en mij daarmee onzichtbaar. Ze gaat ostentatief op de slagboom zitten. Ik meen enige vergenoegdheid te zien. Nee, ze vindt dit niet vervelend voor mij. Nee. Ze vindt dit leuk: iemand de toegang weigeren. Ik ben verbouwereerd.

 

“Kunt u naar achter rijden? U blokkeert nu de artiesteningang.”

 

Dit is het laatste dat ze nog kwijt wil. Ik blokkeer het systeem.   

 

Voor mij staan gele hesjes gelijk aan burgers die een mandaat krijgen toebedeeld maar deze niet aankunnen. Dit type mens is in grote getale onder ons. De verkeersvrijwilliger bij de jaarlijkse braderie die files doet ontstaan omdat het uitgebreid gaat kletsen met buren of kennissen die in auto’s voorbijkomen en jou vervolgens de verkeerde kant opstuurt. De BHV-er die meekijkt hoe mensen massaal de nooduitgangen niet kunnen vinden doch weigert er naar te verwijzen omdat mensen immers dit zelf hadden moeten weten. De kaartjes-vrijwilliger die je de toegang van paraplu's ontzegt op het buitenluchtconcert en je verwijst naar de paraplubak naast haar en jij kletsnat van de regen na afloop ontdekt dat jouw dure Bijenkorf-paraplu gejat is.

 

Dit soort burgers zit zelf vaak onder de knoet: thuis of op het werk. En compenseren dit door het hebben van een hond en het dragen van een hesje.

 

Gele hesjes zijn gevechtsuniformen. Tegen machteloosheid en ongelijkheid. Tegen het establishment, tegen schofterige uitzendbureaus die je tijdelijke contracten aanbieden, tegen toekomstige hoge gasrekeningen, tegen die asperges-stekende Roemenen die in je dorp komen wonen.  De hesjes kunnen zich gelukkig slecht organiseren. Ze willen namelijk allemaal de baas zijn.  

 

Er zijn ook burgers zonder gele hesjes die feitelijk gele hesjes in vermomming zijn. Bij de klantenbalie van de IKEA lukt de vermomming niet erg: de kleur van de blouse verraad iets over de ware aard van de medewerker. Maar achter de blauwhemden van de GAMMA verschuilen zich verbijsterend veel hesjes-sympathisanten. Nog erger zijn de onzichtbare: telefonische helpdeskmedewerkers met late dienst of verveelde buurmannen achter hoge coniferen die zich wijkagent voelen. 

 

De slagboom blijft dicht. Ik rij achteruit. Ik zie het gele hesje kleiner worden en in het vizier komt ook de collega met het gele hesje. Ik rij iets verder naar achteren. Nog meer gele hesjes: twee bij de bewaakte fietsenstalling, een bij de muntenautomaat, vier bij de mobiele toiletten. Ze zijn overal. 

 

Ik haal de versnelling uit zijn achteruit. Ik was voorbereid en assertief. Nu is het tijd: ik word constructief.

 

En geef heel hard gas. 

Reactie schrijven

Commentaren: 0